Saskia vond het geld op een zondagochtend achter drie pakken wasmiddel en een oude frituurpan.
Ze was al bijna twee weken bezig het huis van haar moeder leeg te halen. Haar broer Tom hielp wanneer hij kon, maar woonde ruim anderhalf uur verderop en had twee kleine kinderen. Het meeste kwam daarom op Saskia neer.
Ze vond het niet erg. Niet echt. Hun moeder, Mieke, was 74 geworden en na een kort ziekbed overleden. De laatste jaren had Saskia praktisch om de hoek gewoond. Zij wist waar de reservesleutel lag, welk kopje absoluut niet in de vaatwasser mocht en dat haar moeder bonnetjes van de supermarkt bewaarde alsof de Belastingdienst ieder moment een inval kon doen.
Die zondag was de bijkeuken aan de beurt.
Onder in een kast stond een verkreukelde blauwe boodschappentas van de supermarkt. Saskia wilde hem rechtstreeks bij het plastic afval gooien, maar de tas was zwaar.
Binnenin zaten enveloppen.
Heel veel enveloppen.
Allemaal dichtgeplakt.
Op de eerste stond met zwarte stift:
€2.000
Saskia fronste en maakte hem open.
Biljetten van vijftig.
Ze dacht eerst dat het speelgeld was. Haar moeder had kleinkinderen en bewaarde de vreemdste dingen.
Maar de biljetten voelden echt.
Ze opende een tweede envelop.
€3.000
Nog meer geld.
Na tien minuten zat Saskia op de koude tegelvloer met stapels bankbiljetten om zich heen.
€48.000.
Contant.
In een boodschappentas.
Ze belde Tom.
“Heb je even?”
“Als het over mam haar servies gaat: weg ermee.”
“Nee.”
“De kerstspullen?”
“Tom.”
Hij hoorde aan haar stem dat er iets was. “Wat is er?”
“Ik heb geld gevonden.”
“Hoeveel?”
“Veel.”
“Wat is veel?”
Saskia keek naar de stapel.
“Ongeveer achtenveertigduizend euro.”
Aan de andere kant werd het stil.
“Tom?”
“Waar?”
“In de bijkeuken.”
“Waar precies?”
“In een boodschappentas achter het wasmiddel.”
Weer stilte.
Toen zei haar broer iets wat ze totaal niet verwachtte.
“Raak het niet aan.”
Saskia keek naar de open enveloppen om haar heen. “Daar ben je ongeveer tien minuten te laat mee.”
“Heb je het geteld?”
“Ja.”
“Verdomme.”
“Waarom reageer jij alsof je wist dat het er lag?”
“Ik wist niet dat het dáár lag.”
Saskia stond langzaam op.
“Wat betekent dat?”
Tom zuchtte. “Ik kom eraan.”
“Nee. Je vertelt het nu.”
“Niet door de telefoon.”
“Tom.”
“Stop alles terug en wacht op mij.”
De verbinding werd verbroken.
Anderhalf uur later stond Tom in de bijkeuken.
Hij keek naar de tas alsof er een slang in zat.
“Hoeveel precies?”
“€48.250.”
“Je hebt ieder briefje geteld?”
“Ik had weinig anders te doen.”
Tom hurkte neer en bekeek de enveloppen zonder ze aan te raken.
“Waar komt dit vandaan?”
“Dat wilde ik jou vragen.”
“Ik weet het niet.”
“Je zei dat je niet wist dat het hier lag. Dat klinkt alsof je wel wist dat er ergens geld was.”
Tom ging rechtop staan. “Mam heeft me een paar maanden geleden iets gevraagd.”
“Wat?”
“Of ik wist hoeveel contant geld je thuis mocht bewaren.”
Saskia keek hem aan. “En je vond dat niet vreemd?”
“Bij mam? Ze vroeg me ook een keer of een magnetron kon ontploffen als je hem leeg aanzet.”
“Dat is anders.”
“Dat weet ik nu.”
“Wat heb je geantwoord?”
“Dat je zoveel contant geld thuis mag hebben als je wilt, maar dat je bij grote bedragen waarschijnlijk moet kunnen uitleggen waar het vandaan komt.”
“En toen?”
“Toen zei ze: ‘Mooi.'”
Saskia sloeg haar armen over elkaar. “En daarna heb je nooit meer gevraagd waarom?”
“Jawel. Ze zei dat het hypothetisch was.”
“Hypothetisch achtenveertigduizend euro.”
“Blijkbaar.”
Hun moeder was niet rijk geweest.
Ze had een pensioen, wat spaargeld en een hypotheekvrij rijtjeshuis. Geen geheim bedrijf. Geen rijke partner. Geen gewoonte om enorme bedragen cash op te nemen.
Saskia pakte haar laptop en opende de bankafschriften die ze voor de nalatenschap al had verzameld. Ze zochten naar grote geldopnames.
Niets.
Honderd euro hier.
Tweehonderd daar.
Geen bedragen waarmee je ongemerkt €48.000 verzamelde.
“Misschien jarenlang gespaard,” zei Tom.
“Van wat?”
“Huishoudgeld?”
“Dan heeft ze dertig jaar nauwelijks boodschappen gedaan.”
Tom pakte een envelop op. “Dit geld is ook niet oud.”
Hij had gelijk. De meeste biljetten waren moderne eurobiljetten.
Saskia voelde voor het eerst echte ongerustheid.
“Wat als het niet van mam is?”
Tom keek haar aan. “Dan wil ik heel graag weten van wie wel.”
Ze bekeken de enveloppen opnieuw.
Op bijna allemaal stond alleen een bedrag.
Behalve één.
Een kleine witte envelop, helemaal onder in de tas.
Daar stond:
Voor het geval ze eerder komen dan ik verwacht.
Saskia voelde kippenvel.
“Wie zijn ‘ze’?”
Tom schudde zijn hoofd.
In de envelop zat geen geld.
Alleen een sleutel en een briefje.
Kluis 317. Station.
Daaronder stond:
Niet samen gaan.
Tom keek naar zijn zus.
Saskia keek terug.
“Dat gaan we dus uiteraard wél samen doen.”
“Absoluut.”
Het station had nog steeds bagagekluizen, maar nummer 317 bleek geen gewone dagkluis. Een medewerker vertelde dat de oude langetermijnkluizen in een aparte ruimte zaten en nauwelijks nog verhuurd werden.
De sleutel paste.
Tom deed de deur open.
Binnen stond een kleine kartonnen doos.
Geen geld.
Geen juwelen.
Alleen administratie.
Saskia pakte de bovenste map.
Op de voorkant stond een naam die ze niet kende.
Johan Meijer
“Wie is dat?”
Tom schudde zijn hoofd.
Onder de map lag een foto.
Hun moeder stond erop.
Ze was misschien zestig. Naast haar stond een onbekende man van ongeveer dezelfde leeftijd. Ze stonden voor een caravan en hielden allebei een glas wijn vast.
Saskia draaide de foto om.
Mieke & Johan — Frankrijk 2012
“Had mam een vriend?” vroeg Tom.
“Niet dat ik weet.”
“Blijkbaar kende ze in ieder geval een Johan.”
Ze bladerden verder.
Er waren hotelrekeningen, treinkaartjes en brieven.
Heel veel brieven.
Sommige begonnen met Lieve Mieke.
Tom keek naar zijn zus. “Pap was toen al dood.”
“Al vier jaar.”
“Waarom heeft ze dit nooit verteld?”
“Geen idee.”
Saskia pakte de laatste envelop.
Die was geadresseerd aan hun moeder en nog geen jaar oud.
Binnenin zat één vel papier.
Ze las hardop.
Mieke,
ik kan niet langer wachten. Het geld hoort niet bij jou en niet bij mij. We hebben afgesproken wat ermee moet gebeuren. Als jij het niet doet, zal ik het doen.
Geen achternaam.
Alleen:
Johan
Daaronder had hun moeder zelf iets geschreven.
Hij weet niet dat ik het al heb weggehaald.
Tom keek naar de tas met geld die ze thuis hadden achtergelaten.
“Ik heb ineens heel sterk het gevoel dat we dat geld niet hadden moeten vinden.”
Saskia knikte.
Maar onderaan stond nog één zin.
Die maakte het erger.
Als Johan hiernaar vraagt, vertel hem dan nooit hoeveel het is.