Deel 3
Drie maanden later zat Marije in de gymzaal van Fenna’s school op een veel te klein stoeltje.
Het was ouderavond.
Juf Kim legde schriften, toetsen en tekeningen op tafel.
“Ze doet het goed.”
“Mooi.”
“Rekenen mag iets netter.”
“Dat komt van haar vader.”
Juf Kim glimlachte. “Zal ik dat zo in het verslag zetten?”
“Graag.”
Toen pakte ze een map.
“En ik wilde je deze laten zien.”
Marije wist al bijna wat erin zou zitten.
Een geel huis.
Rode deur.
Grote boom.
Maar deze keer stonden er mensen voor.
Heel veel.
Fenna had namen boven de hoofdjes geschreven.
Mama.
Papa.
Luuk.
Oma Hanneke.
Lotte.
En helemaal rechts:
Maaike
Marije keek naar de tekening.
“Is Maaike terug?”
Juf Kim keek verbaasd. “Dat weet ik niet. Fenna zei alleen dat Lotte haar moeder binnenkort weer mag zien.”
Dat klopte.
Maaike was inmiddels bijna vier maanden nuchter. Niet genezen. Niet klaar. Gewoon vier maanden verder.
De begeleiders vonden dat een eerste ontmoeting met Lotte mogelijk was.
Lotte wilde eerst niet.
Daarna wel.
Toen weer niet.
Uiteindelijk vroeg ze of Fenna mee mocht.
Hanneke aarzelde.
Marije nog meer.
“Dit is veel voor een kind van zeven.”
“Ik weet het,” zei Jeroen.
“En Fenna is niet verantwoordelijk voor hoe die ontmoeting loopt.”
“Dat weet ik.”
“Zijzelf niet altijd.”
Daarom praatten ze met haar.
“Je hoeft niet mee,” zei Marije.
“Maar Lotte wil dat.”
“Dat kan. Maar jij mag ook nee zeggen.”
Fenna dacht even na.
“Ik wil wel.”
“Waarom?”
“Als ze zenuwachtig is kan ze mijn hand vasthouden.”
Marije voelde haar hart een beetje breken.
“En als jij zenuwachtig bent?”
Fenna dacht opnieuw na.
“Dan houd ik die van jou.”
Dus ging Marije mee.
Niet naar binnen.
Ze wachtte in een ruimte verderop terwijl Fenna samen met Hanneke en Lotte naar Maaike ging.
Na twintig minuten ging de deur open.
Fenna kwam naar buiten.
Alleen.
Marije stond direct op.
“Alles goed?”
Fenna knikte.
“Waarom ben je hier?”
“Lotte wilde even alleen met haar mama praten.”
“En jij?”
“Ik heb honger.”
Dat was zo heerlijk normaal dat Marije bijna moest lachen.
Ze gaf haar een pakje crackers.
“Hoe was het?”
Fenna kauwde.
“Beetje raar.”
“Waarom?”
“Maaike huilde heel veel.”
“En Lotte?”
“Ook.”
“En jij?”
“Niet.”
Fenna dacht na.
“Een klein beetje.”
Maaike kwam niet terug bij Hanneke wonen.
Dat was nooit het plan.
Lotte bleef voorlopig bij haar oma.
Ze zag haar moeder onder begeleiding en later steeds vaker.
Sommige afspraken gingen goed.
Eén keer kwam Maaike niet opdagen.
Lotte was die dag woedend.
Ze gooide haar telefoon tegen de bank en zei dat ze haar moeder nooit meer wilde zien.
De volgende week wilde ze toch weer.
Niemand vertelde haar meer wat ze hoorde te voelen.
Jeroen bouwde ondertussen voorzichtig een relatie op met Hanneke die niet alleen meer draaide om vragen uit het verleden.
Soms dronken ze koffie.
Soms maakte Hanneke hem gek.
Een keer belde hij Marije vanuit zijn auto.
“Ze behandelt me alsof ik twaalf ben.”
Marije begon te lachen. “Welkom bij moeders.”
“Els deed dit ook.”
“Misschien zit het niet in het bloed.”
“Grappig.”
“Ik vond hem sterk.”
Hun eigen relatie had meer schade opgelopen dan Jeroen aanvankelijk begreep.
Marije vertrouwde hem niet vanzelf weer omdat hij sorry had gezegd.
Daar moesten ze voor werken.
En dat deden ze.
Geen dramatische verzoening.
Gewoon moeilijke gesprekken, transparantie en veel minder zinnen die begonnen met: Ik wilde je niet belasten met…
Op een zondagmiddag hing Fenna opnieuw een tekening op de koelkast.
Marije keek.
Geen geel huis.
Een enorm vel vol mensen.
“Wie zijn dit allemaal?”
“Familie.”
“Dat zijn wel heel veel mensen.”
Fenna wees.
“Wij. Oma Hanneke. Opa. Lotte. Maaike. Oma Els.”
Marije keek naar het laatste figuurtje.
“Maar oma Els is overleden.”
“Ja.”
“Waarom staat ze erbij?”
Fenna keek haar aan alsof de vraag onbegrijpelijk was.
“Omdat ze toch familie is?”
Goed punt.
Marije wees naar een ander hoofd.
“Wie is dat?”
“Juf Kim.”
“Die is geen familie.”
“Wel bijna.”
“Dat is niet hoe familie werkt.”
“Hoe dan?”
Marije wilde antwoorden.
Ze stopte.
Na alles van de afgelopen maanden had ze eigenlijk geen idee meer.
“Laat maar.”
Fenna ging verder kleuren.
Een halfjaar nadat alles was uitgekomen, organiseerde Hanneke haar 65e verjaardag.
Marije twijfelde of ze wilde gaan.
Tot Fenna zei:
“Maar wij horen daar toch?”
Dus gingen ze.
Maaike was er ook.
Magerder dan op oude foto’s, maar helder. Ze kwam met haar begeleider en vertrok na twee uur omdat het haar te veel werd.
Lotte zat naast haar tijdens het eten.
Niet de hele tijd.
Maar wel een tijdje.
Dat was genoeg.
Later op de middag zag Marije Fenna en Lotte boven bij het raam staan.
Hetzelfde raam dat maandenlang zwart op tekeningen had gestaan.
Marije liep naar buiten en keek omhoog.
Twee meisjes stonden achter het glas.
Fenna zwaaide.
Lotte ook.
Marije zwaaide terug.
Toen kwamen Hanneke en Jeroen naast haar staan.
“Daar begon het allemaal,” zei Jeroen.
“Nee,” zei Marije.
Hij keek haar aan.
“Het begon veel eerder.”
Met Hanneke die als zeventienjarig meisje een kind kreeg waar anderen over besloten.
Met Els die dat kind opvoedde alsof het van haarzelf was.
Met volwassenen die uit liefde dingen verborgen hielden en daarmee soms juist nieuwe problemen maakten.
Jeroen knikte.
“Geen geheimen meer.”
“Dat hadden we afgesproken.”
“Ik herhaal het graag.”
“Goed plan.”
Een week later kwam Fenna uit school met een nieuwe tekening.
Marije bekeek hem.
“Is dat weer het gele huis?”
“Ja.”
Dit keer waren alle ramen blauw.
Geen zwarte figuren.
Voor de deur stonden twee meisjes.
“Jij en Lotte?”
“Ja.”
“En wat doen jullie?”
Fenna keek naar de tekening.
“Gewoon spelen.”
Marije glimlachte.
“Mooi.”
Fenna wilde weglopen, maar draaide zich om.
“Mam?”
“Ja?”
“Mag ik iets vragen?”
“Natuurlijk.”
“Als papa vroeger niet wist dat oma Hanneke zijn mama was…”
“Ja?”
“Was ze toen nog steeds zijn mama?”
Marije dacht even na.
“Ja.”
“Ook als hij het niet wist?”
“Ja.”
Fenna knikte tevreden.
“Zie je wel.”
“Wat?”
“Lotte zei dat familie pas familie is als je het weet.”
“En jij denkt van niet?”
Fenna schudde haar hoofd.
“Je kunt toch ook van iemand zijn zonder dat iemand het vertelt?”
Daar had Marije geen beter antwoord op.
Dus hing ze de tekening op de koelkast.
Naast alle andere.