Haar oma liet een huis na aan iemand die niemand in de familie kende.

ADVERTENTIE

“Het huis had nooit alleen van haar mogen zijn.”

Nina keek Daniël aan.

“Wat bedoel je daarmee?”

“Precies wat ik zeg.”

“Mijn oma heeft daar meer dan zestig jaar gewoond.”

“Dat weet ik.”

“Met mijn opa.”

“Ook dat weet ik.”

“En jij beweert nu dat het eigenlijk van jouw oma was?”

Daniël schudde zijn hoofd.

“Niet van haar alleen. Van hen samen.”

Hij hield de zwart-witfoto nog steeds vast.

Twee jonge vrouwen.

Allebei lachend.

Allebei met een sleutel in hun hand.

Nina keek opnieuw naar het huis achter hen.

Het was onmiskenbaar hetzelfde huis.

Andere voordeur.

Geen dakkapel.

De boom in de voortuin was nog niet veel meer dan een stok.

Maar het was oma’s huis.

“Wanneer is deze foto gemaakt?”

“1964.”

“Toen kende mijn oma mijn opa al.”

“Volgens Riet net.”

“Volgens Riet?”

“Ze heeft me het hele verhaal verteld.”

Nina voelde haar irritatie terugkomen.

“Blijkbaar vertelde ze jou nogal veel.”

Daniël keek haar aan.

“Daar heb ik niet om gevraagd.”

“Maar je hebt wel haar huis aangenomen.”

“Ik heb helemaal niets aangenomen. Ik wist pas van het testament toen de notaris me belde.”

“Je verwacht dat ik dat geloof?”

“Nee.”

Dat antwoord verraste haar.

Daniël stak de foto naar haar uit.

“Maar ik kan je wel laten zien waarom je oma dit heeft gedaan.”

Tien minuten later zat Nina toch in zijn appartement.

Op de tafel stond een kartonnen doos.

Geen grote doos.

Geen verborgen archief vol familiegeheimen.

Gewoon een oude schoenendoos waarvan de hoeken met plakband waren verstevigd.

Daniël haalde er een map uit.

“Deze waren van mijn oma.”

“Elise.”

“Ja.”

“Hoe oud was ze toen ze overleed?”

“Zesenzeventig.”

“Wanneer?”

“Elf jaar geleden.”

Nina rekende snel.

“Dus mijn oma heeft haar nooit meer gesproken?”

“Voor zover ik weet niet.”

“Maar ze heeft jou wel gevonden.”

“Drie jaar geleden.”

“Hoe?”

“Via mijn moeder.”

Nina fronste.

“Je moeder leeft nog?”

Daniël schudde zijn hoofd.

“Ze is overleden toen ik 24 was.”

“Sorry.”

“Dank je.”

Hij schoof een document naar haar toe.

Het was een kopie.

Bovenaan stond een datum uit 1964.

Nina las de namen.

Hendrika van Leeuwen.

Oma Riet.

En:

Elise Vermeer.

Daaronder stonden bedragen.

Nina begreep niet precies wat voor document het was.

“Wat is dit?”

“Een overzicht van de aankoop.”

“Waarom staan beide namen erop?”

“Omdat ze allebei geld hebben ingebracht.”

“Maar het huis stond op naam van mijn oma.”

“Uiteindelijk wel.”

“Waarom?”

“Dat is het gedeelte waar het misging.”

Riet en Elise hadden elkaar leren kennen op hun werk.

Ze waren begin twintig.

Allebei woonden ze nog thuis.

Volgens Daniël was Elise degene geweest die op een dag had gezegd dat ze daar genoeg van had.

Ze wilde op zichzelf wonen.

Riet ook.

Een huurwoning vinden was lastig.

Dus begonnen ze te sparen.

“Voor een huis?”

“Ja.”

“Twee ongetrouwde vrouwen in 1964?”

“Dat was blijkbaar al ingewikkeld genoeg.”

Daniël pakte een tweede papier.

“Mijn oma had meer spaargeld dan Riet. Ze hadden afgesproken alles samen te betalen.”

“En toch kwam het huis alleen op oma’s naam.”

“Niet meteen.”

Hij wees naar een datum.

“Een paar weken voordat alles definitief geregeld moest worden, gebeurde er iets.”

“Wat?”

Daniël zweeg.

Nina keek hem aan.

“Je kunt nu moeilijk stoppen.”

“Mijn oma vertrok.”

“Waarom?”

“Dat weet ik niet precies.”

“Je hebt net gezegd dat Riet je het hele verhaal heeft verteld.”

“Riet kende ook niet alles.”

Hij haalde een bundeltje brieven uit de doos.

De elastiek eromheen was uitgedroogd.

“Deze heb ik gevonden na de dood van mijn moeder.”

“Brieven van wie?”

“Van Riet.”

Nina keek hem verbaasd aan.

“Mijn oma schreef jouw oma?”

“Jarenlang.”

“Maar jij zei dat ze geen contact hadden.”

“Ze heeft de meeste nooit verstuurd.”

Nina pakte de bovenste envelop.

Geen postzegel.

Geen adres.

Alleen:

Lieve Elise

“Mag ik?”

Daniël knikte.

De brief was bijna zestig jaar oud.

Nina herkende het handschrift nauwelijks. Toch zag ze af en toe iets van het schrift waarmee oma later haar verjaardagskaarten had geschreven.

Ze las een paar regels.

Riet schreef dat ze Elise miste.

Dat ze niet begreep waarom ze niets meer liet horen.

Dat het huis leeg voelde.

Dat ze haar geld apart hield.

“Welke geld?”

“Het aandeel van mijn oma.”

Nina keek op.

“Ze wilde haar uitkopen?”

“Terugbetalen. Zo noemde Riet het.”

“Maar dat heeft ze dus niet gedaan.”

“Een deel wel.”

“Hoeveel?”

“Dat weet ik niet exact.”

Nina legde de brief neer.

“En de rest?”

“Elise wilde het niet.”

“Waarom niet?”

Daniël pakte een andere brief.

“Deze is wél verstuurd.”

Het handschrift was anders.

Elise.

De brief bestond uit minder dan een halve pagina.

Nina las hem.

Elise schreef dat Riet niet meer moest proberen haar te vinden.

Dat ze het geld mocht houden.

Dat het huis van haar was.

En dat ze verder moest met haar leven.

Nina keek op.

“Dan is het toch klaar?”

“Dat dacht ik ook.”

“Je oma heeft zelf afstand gedaan.”

“Ja.”

“Waarom zeg je dan dat het huis nooit alleen van mijn oma had mogen zijn?”

“Omdat Riet dat zelf zo zag.”

“Dat maakt het juridisch nog niet waar.”

“Daarom heeft ze het ook via haar testament gedaan.”

Nina zweeg.

Daar had hij een punt.

“Waarom vertrok Elise?”

Daniël keek naar de doos.

“Dat is het vreemde.”

“Wat?”

“Mijn moeder heeft er nooit over gesproken.”

“Was zij toen al geboren?”

“Nee.”

Nina keek hem aan.

Toen zag ze iets in zijn gezicht.

“Of…”

Daniël zei niets.

“Was je oma zwanger?”

Hij knikte.

Nina voelde onmiddellijk dat het verhaal een andere richting kreeg.

“Van wie?”

“Dat weet ik niet.”

“Staat dat niet in die brieven?”

“Nee.”

“Mijn oma wist het wel?”

“Volgens mij.”

Nina dacht aan de foto.

Twee jonge vrouwen.

Twee sleutels.

“Was het mijn opa?”

Daniël keek haar geschrokken aan.

“Nee.”

“Weet je dat zeker?”

“Ja.”

“Hoe?”

“Riet kende jouw opa toen nauwelijks.”

“Dat zegt zij.”

“En mijn oma heeft mijn moeder later verteld dat de vader iemand anders was.”

“Wie?”

“Een man op haar werk.”

Nina voelde een onverwachte opluchting.

Ze had zichzelf al zien thuiskomen met de mededeling dat haar moeder misschien een halfzus had.

“Waarom vertrok ze vanwege een zwangerschap?”

“Ze was niet getrouwd.”

“Dat weet ik.”

“Nu klinkt dat misschien niet zo dramatisch.”

“Toen wel.”

Daniël knikte.

“Volgens Riet was Elise doodsbang dat haar ouders het zouden ontdekken.”

De vader van het kind wilde niets met haar te maken hebben.

Elise wilde weg.

Naar een plaats waar niemand haar kende.

Riet probeerde haar tegen te houden.

Maar Elise had haar besluit genomen.

“En het huis?”

“Dat was het probleem.”

Elise had een groot deel van haar spaargeld erin gestoken.

Het huis was nog niet definitief op beide namen gezet.

Als ze alles netjes wilde terugdraaien, zou ze moeten blijven.

Papieren regelen.

Vragen beantwoorden.

Haar familie zou ontdekken dat ze vertrok.

Dus vroeg ze Riet het af te maken.

Alleen.

“En mijn oma deed dat?”

“Ja.”

“En hield het geld.”

“Voor Elise.”

“Maar Elise kwam nooit terug.”

“Nee.”

Nina liep naar het raam.

Beneden kwamen mensen uit de bakkerij.

Gewone zaterdagmiddag.

Boodschappentassen.

Fietsen.

Een kind met een veel te groot stuk krentenbol in zijn hand.

Bizar hoe normaal de wereld bleef terwijl haar beeld van haar oma in een uur volledig veranderde.

“Waarom heeft oma dit nooit aan mijn moeder verteld?”

“Dat moet je haar zelf vragen.”

“Dat kan niet meer.”

“Dat weet ik.”

Nina draaide zich om.

“En waarom heeft ze jou gezocht?”

Daniël zweeg even.

“Schuldgevoel.”

“Na zestig jaar?”

“Misschien juist daarom.”

Hij vertelde dat Riet enkele jaren geleden oude papieren had opgeruimd.

Daarbij had ze de brieven teruggevonden.

Ze was gaan zoeken naar Elise.

Via oude adressen.

Registers.

Mensen van vroeger.

Uiteindelijk ontdekte ze dat Elise elf jaar eerder was overleden.

Maar ze vond ook de naam van Elises dochter.

Daniëls moeder.

“Die was toen al overleden,” zei Nina.

“Ja.”

“En toen kwam ze bij jou.”

“Ja.”

“Hoe ging dat?”

Daniël glimlachte voor het eerst.

“Raar.”

“Dat kan ik me voorstellen.”

“Ze belde aan en vroeg of ik de kleinzoon van Elise Vermeer was.”

“En toen?”

“Toen begon ze te huilen.”

Dat klonk zó als oma dat Nina ineens moeite had om haar tranen tegen te houden.

Riet huilde zelden.

Maar als ze eenmaal begon, hield ze niet meer op.

“Wat heeft ze je verteld?”

“Bijna alles wat ik jou nu vertel.”

“En daarna?”

“Ze vroeg of ik een keer koffie wilde komen drinken.”

Nina keek naar de foto die ze in oma’s huis had gevonden.

Daniël – 12 mei

“En dat heb je gedaan.”

“Ja.”

“Daarna vaker.”

“Ja.”

“Waarom heeft ze ons nooit iets verteld?”

“Dat heb ik haar ook gevraagd.”

“En?”

Daniël keek haar aan.

“Ze zei dat ze eerst zelf iets moest rechtzetten.”

Nina wees naar de doos.

“Is dit alles?”

“Van mijn oma wel.”

“En die brieven van Riet?”

“Die heeft Riet mij gegeven.”

“Allemaal?”

“Niet allemaal.”

Hij stond op.

“Er is nog iets.”

Uit een lade haalde hij een witte envelop.

Veel nieuwer.

Nina herkende onmiddellijk oma’s handschrift.

Op de voorkant stond:

Voor Daniël – pas openen na mijn dood

“Heb je hem gelezen?”

“Ja.”

“Wat staat erin?”

Daniël gaf hem aan haar.

“Lees zelf maar.”

Nina haalde de brief eruit.

Oma schreef dat ze niet wist of Daniël het huis zou willen.

Dat ze begreep als hij het zou verkopen.

Dat hij haar niets verschuldigd was.

Daarna kwam een zin die Nina twee keer las.

Ik geef je geen huis. Ik geef terug wat ik te lang als het mijne heb beschouwd.

Nina slikte.

Daaronder stond:

Elise betaalde mee aan het begin van mijn leven. Ik had ervoor moeten zorgen dat iets daarvan terugkwam bij het hare.

Nina legde de brief neer.

“Maar jouw oma heeft zelf gezegd dat ze het geld niet wilde.”

“Dat weet ik.”

“Dan was oma haar toch niets verschuldigd?”

“Dat zei ik ook.”

“Wat zei ze toen?”

Daniël keek naar de oude foto.

“Dat je iemand juridisch niets verschuldigd kunt zijn en toch weten dat iets niet helemaal van jou is.”

Nina wist niet wat ze daarvan vond.

Misschien mooi.

Misschien naïef.

Misschien oneerlijk tegenover haar eigen dochter.

En eerlijk gezegd vooral heel gemakkelijk als je degene was die een huis van ruim vier ton kreeg.

“Je gaat het dus houden.”

Daniël antwoordde niet meteen.

“Ik weet het nog niet.”

“Het is ongeveer €425.000 waard.”

“Dat weet ik.”

“Mijn moeder krijgt niets van dat huis.”

“Ik heb dat testament niet gemaakt.”

“Maar je kunt de erfenis weigeren.”

“Ja.”

“Ga je dat doen?”

“Dat weet ik nog niet.”

Nina voelde haar boosheid terugkomen.

“Handig antwoord.”

“Wat wil je dat ik zeg?”

“Dat je begrijpt hoe absurd dit voor ons is.”

“Dat begrijp ik.”

“Mijn moeder is haar enige kind.”

“Dat weet ik.”

“Ik heb de laatste vijf jaar bijna iedere week voor oma gezorgd.”

“Dat weet ik ook.”

“Hoe?”

“Ze praatte veel over je.”

Dat maakte Nina alleen maar bozer.

“Blijkbaar niet genoeg om mij te vertellen dat ze haar huis aan jou ging geven.”

Ze pakte haar jas.

“Nina.”

“Wat?”

“Riet wist dat je boos zou worden.”

“Nou, dan kende ze me goed.”

“Daarom heeft ze iets voor je achtergelaten.”

Nina draaide zich om.

“Ik heb mijn €10.000 al.”

“Dat bedoel ik niet.”

Daniël keek naar de doos.

“Ze zei dat jij uiteindelijk degene zou zijn die moest beslissen wat er met de rest gebeurde.”

“Welke rest?”

Hij fronste.

“Dat weet je niet?”

“Waar heb je het over?”

Nu was Daniël degene die verbaasd keek.

“De brieven.”

“Welke brieven?”

“Van Elise.”

Nina voelde een rilling.

“Die liggen toch daar?”

“Nee.”

Daniël schudde zijn hoofd.

“Dit zijn alleen de brieven die Riet heeft bewaard.”

“En de rest?”

“Volgens Riet liggen die nog in het huis.”

“Waar?”

“Dat heeft ze niet gezegd.”

“Waarom zou ík ze moeten vinden?”

Daniël aarzelde.

“Omdat er één brief tussen zit die je moeder nooit heeft mogen lezen.”

Nina staarde hem aan.

“Wat staat daarin?”

“Dat weet ik niet.”

“Maar oma wel?”

“Ja.”

“En jij?”

Daniël schudde zijn hoofd.

“Riet heeft alleen gezegd dat als jij die brief vindt, je eindelijk zult begrijpen waarom Elise nooit meer terugkwam.”

ADVERTENTIE
ADVERTENTIE