Mijn nieuwe buurvrouw zette iedere avond om zes uur een bord eten voor mijn deur. Toen ik ontdekte voor wie het eigenlijk bedoeld was, begreep ik waarom ze nooit aanbelde.

ADVERTENTIE

Henk wilde diezelfde avond naar de politie. Voor hem bewees de laboratoriumuitslag dat Caroline daadwerkelijk iets in zijn eten had gedaan, maar Nina vond dat ze eerst één vraag moesten beantwoorden: wat bedoelde Caroline met “daarna is alles van ons”?

Henk bleek behoorlijk wat vermogen te hebben. Hij had jaren geleden zijn installatiebedrijf verkocht, bezat samen met Caroline een woning en een vakantiehuis in Zeeland en had ongeveer vier ton aan beleggingen. Bij zijn overlijden zou Caroline een groot deel erven.

“Dat klinkt als een motief,” zei Nina voorzichtig.

Henk keek haar gekwetst aan. “We zijn veertien jaar getrouwd.”

Ria trok een wenkbrauw op. “Dat heeft moordenaars historisch gezien niet altijd tegengehouden.”

“Ria.”

“Sorry.”

Toch paste het financiële verhaal niet helemaal. Henk had een halfjaar voor zijn verdwijning zijn testament willen aanpassen zodat zijn kinderen rechtstreeks een groter deel zouden erven. Caroline wist daarvan en had nauwelijks bezwaar gemaakt. Bovendien waren zijn gezondheidsklachten al vóór die wijziging begonnen.

Er was dus nog steeds iets wat ze misten.

Nina overtuigde Henk ervan contact op te nemen met zijn dochter Sophie, die in Frankrijk woonde. Niet met zijn zoon Mark, omdat Henk ervan overtuigd was dat die bij het gesprek betrokken was geweest.

Sophie nam na drie keer over. Toen Henk alleen maar “Soph” zei, bleef het aan de andere kant secondenlang stil. Daarna begon ze te huilen.

Ze wilde onmiddellijk weten waar hij was. Henk weigerde dat te vertellen en zei alleen dat hij veilig was en bang was geweest voor Caroline.

Sophie reageerde totaal anders dan hij verwachtte.

Ze werd stil.

“Papa, je moet naar de politie.”

“Waarom?”

“Nu.”

Henk keek naar Nina. “Wat weet jij?”

“Niet via de telefoon.”

“Waarom niet?”

“Papa, alsjeblieft. Vertel waar je bent.”

“Niet voordat jij vertelt wat er aan de hand is.”

Sophie haalde hoorbaar adem. “Ik denk dat mama helemaal niet degene is voor wie je bang moet zijn.”

Twee dagen later vloog ze naar Nederland.

Toen Sophie haar vader in Ria’s achterhuis zag, vloog ze hem eerst om de hals en sloeg hem daarna tegen zijn borst. “Dat is voor drie maanden niets laten horen.”

Daarna kwam de echte schok.

Henk vertelde opnieuw dat hij Caroline iets in zijn eten had zien doen. Sophie knikte. “Dat klopt.”

“Hoe weet jij dat?”

“Omdat ik haar gevraagd heb het te doen.”

Henk keek alsof zijn dochter zojuist een vreemde taal was gaan spreken.

Sophie legde uit dat Henk bijna twee jaar eerder bij een neuroloog was geweest vanwege geheugenproblemen. Eerst waren het kleine dingen geweest: afspraken vergeten, dezelfde vragen meerdere keren stellen, verdwalen op bekende routes. Er was nog geen definitieve diagnose gesteld, maar hij had wel medicatie gekregen.

Henk werd boos. “Ik ben nooit bij een neuroloog geweest.”

Sophie begon te huilen. “Papa, dat is precies het probleem.”

Volgens haar vergat Henk zijn medicijnen steeds vaker. Later begon hij te ontkennen dat hij ze überhaupt gebruikte. Caroline was wanhopig geworden en had uiteindelijk geprobeerd zijn voorgeschreven medicatie door zijn eten te mengen.

“En het hartmedicijn uit dat potje dan?” vroeg Nina.

Sophie keek ernaar. “Dat weet ik niet. Dat is niet wat mama hem gaf.”

Het verhaal was dus nog steeds niet rond.

Ook het telefoongesprek klopte niet. Toen Henk vertelde dat Caroline volgens hem met Mark had gesproken, keek Sophie hem verbaasd aan. Mark zat die avond voor zijn werk in Zweden.

“Dat kan niet,” zei Henk. “Ik hoorde hem.”

“Je hebt zijn stem gehoord?”

Henk aarzelde. “Niet duidelijk.”

“Heb je hem gezien?”

“Nee.”

Voor het eerst begon Henk zelf te twijfelen.

Diezelfde avond stond er onverwacht een vrouw bij Ria voor de deur. Nina zag haar vanuit haar woonkamer: eind zestig, blonde bob, beige jas. Ria verstijfde zodra ze haar zag.

Caroline.

Ze had ontdekt dat Ria waarschijnlijk meer wist over Henks verdwijning dan ze toegaf. Een buurvrouw had Ria maanden eerder in de buurt van Henks huis gezien. Caroline wilde maar één ding weten.

“Leeft hij?”

Ria keek haar lang aan. “Ja.”

Caroline zakte huilend op de bank. Haar reactie was zo rauw dat Nina moeite had haar nog te zien als de berekenende vrouw uit Henks verhaal.

Toen Nina haar vroeg of ze iets in Henks eten had gedaan, gaf Caroline het onmiddellijk toe. Het ging om zijn voorgeschreven medicatie, zei ze. Ze wist inmiddels dat het verkeerd was geweest, maar Henk weigerde zijn pillen en zij wist niet meer wat ze moest doen.

Nina zette het gevonden potje op tafel.

Caroline fronste. “Dat is niet van mij.”

Toen Nina de naam van het hartmedicijn noemde, veranderde haar gezicht. “Dat is van Mark.”

Mark had een hartritmestoornis en had een tijd bij zijn ouders gewoond. Zijn medicijnen hadden nog in het huis gelegen. Henk had dus waarschijnlijk het verkeerde potje meegenomen.

Daarmee werd ineens ook een andere verklaring mogelijk voor zijn maandenlange misselijkheid en duizeligheid. De medicatie die Caroline hem werkelijk gaf, kon juist in het begin dergelijke bijwerkingen veroorzaken.

“En dat gesprek?” vroeg Nina. “Met ‘nog even en daarna is alles van ons’?”

Caroline keek haar eerst niet-begrijpend aan. Toen sloeg ze een hand voor haar mond. “O god. Dat ging over het vakantiehuis.”

Ze hadden besloten hun huisje in Zeeland te verkopen. De makelaar had gebeld over een bezichtiging en de verwachte verkoop. Nog even, daarna is alles van ons sloeg op de opbrengst.

“En ‘hij merkt toch niets’?” vroeg Ria.

Caroline begon bijna te lachen. Er zat een oude vochtplek achter een keukenkast. De makelaar had gevraagd of een geïnteresseerde koper hem tijdens de eerste bezichtiging zou zien. Caroline had gezegd dat hij waarschijnlijk niets zou merken omdat er een kast voor stond.

Drie maanden angst bleken ineens te zijn opgebouwd uit een verkeerd medicijnpotje, een half afgeluisterd telefoongesprek en herinneringen die misschien niet meer betrouwbaar waren.

Vanuit de gang klonk toen een stem.

“Caroline.”

Iedereen draaide zich om.

Henk stond in de deuropening.

Caroline sloeg haar handen voor haar mond. “Henk.”

Hij keek naar zijn vrouw en leek ineens veel ouder dan 67. “Ik weet niet meer wat waar is.”

Caroline stond langzaam op. “Dat weet ik.”

“Heb ik jou dit aangedaan?”

Ze schudde haar hoofd. “Niet alleen.”

“Jij mij?”

“Misschien ook een beetje.”

Henk bleef lang stil. Daarna keek hij naar haar en zei: “Dan moeten we volgens mij opnieuw beginnen.”

ADVERTENTIE
ADVERTENTIE