Mijn collega stuurde me iedere vrijdag precies hetzelfde bericht. Na zeven maanden ontdekte ik dat hij het helemaal niet zelf verstuurde.

Deel 1

Iedere vrijdag om 16.47 uur kreeg Marloes hetzelfde bericht van haar collega Daan.

Fijn weekend! Niet te hard werken hè 😉

De eerste keer had ze gewoon Jij ook! teruggestuurd. De tweede vrijdag reageerde ze met een duimpje en daarna werd het zo’n klein ritueel waar ze nauwelijks nog over nadacht.

Daan zat twee bureaus verderop. Hij was 41, werkte al bijna twaalf jaar bij het bedrijf en was precies het soort collega dat iedereen kende maar niemand écht goed kende. Hij maakte koffie als hij toch naar de automaat liep, wist van iedereen wanneer de kinderen jarig waren en was nooit degene die tijdens vergaderingen het hoogste woord voerde.

Op vrijdag vertrok hij meestal vroeg omdat hij die middag thuiswerkte. Toch kwam om 16.47 uur altijd zijn bericht.

Fijn weekend! Niet te hard werken hè 😉

Iedere week.

Zelfs toen Marloes een keer vrij was.

Zelfs op Goede Vrijdag, toen het kantoor gesloten was.

“Die man heeft duidelijk een agenda-herinnering voor gezelligheid,” grapte haar collega Selma toen Marloes het vertelde.

Marloes vond het vooral grappig. “Misschien stuurt hij dit naar iedereen.”

“Ik krijg niks.”

“Serieus?”

Selma schudde haar hoofd. “Daan wenst mij blijkbaar een verschrikkelijk weekend.”

Vanaf dat moment viel het Marloes meer op. Waarom stuurde Daan het alleen naar haar?

Ze kende hem niet bijzonder goed. Ze werkten soms samen aan een project, dronken weleens koffie en hadden één keer tijdens een bedrijfsfeest bijna een uur staan praten over slechte vakanties. Meer niet.

De volgende vrijdag wachtte Marloes expres.

16.46 uur.

Niets.

16.47 uur.

Fijn weekend! Niet te hard werken hè 😉

Ze glimlachte en typte:

Jij ook! Doe je dit eigenlijk met een timer? 😂

Geen antwoord.

Maandag vroeg ze hem ernaar bij de koffieautomaat. Daan keek haar niet-begrijpend aan. “Een timer?”

“Voor je vrijdagbericht.”

“Welk vrijdagbericht?”

Marloes lachte. “Die je me letterlijk iedere vrijdag stuurt.”

Daan bleef haar aankijken.

“Ik stuur jou helemaal geen bericht op vrijdag.”


Marloes dacht eerst dat hij een grap maakte. Ze pakte haar telefoon en opende hun chat. “Deze.”

Daan keek naar het scherm. Zijn gezicht veranderde.

Ze scrolde omhoog. Iedere vrijdag hetzelfde bericht, maanden achter elkaar.

“Dat is mijn nummer,” zei hij.

“Dat weet ik.”

“Maar dit heb ik niet gestuurd.”

“Kom op.”

“Ik meen het.”

Marloes keek hem aan. Daan zag er niet geamuseerd uit. Eerder bezorgd.

Hij pakte zijn eigen telefoon en opende hun gesprek. Daar stonden haar antwoorden van de afgelopen maanden.

Maar niet zijn vrijdagberichten.

“Dat kan niet,” zei Marloes.

“Blijkbaar wel.”

Op zijn telefoon leek het alsof Marloes iedere vrijdag uit het niets reageerde met dingen als Jij ook!, Dankjewel 😊 en één keer Haha, ga ik proberen.

Selma kwam erbij staan en bekeek beide telefoons. “Oké. Dat is creepy.”

“Waarschijnlijk een synchronisatiefout,” zei Daan.

“Zeven maanden lang iedere vrijdag exact om 16.47?” vroeg Selma.

Daar had hij geen antwoord op.

De ICT-afdeling ook niet. Ze controleerden Daans werkaccount, telefoon en laptop. Er stond geen geplande taak, geen automatisering en geen onbekende inlog. Volgens hun systeem waren de berichten niet via zijn bedrijfsaccount verstuurd.

“Maar ze komen wel van zijn nummer,” zei Marloes.

“Dan zou ik je provider bellen,” zei de ICT-medewerker.

Daan probeerde het weg te lachen. “Nou, opgelost. Technologie is stom.”

Maar toen hij wegliep, zag Marloes dat hij zijn telefoon veel te stevig vasthield.


Die vrijdag besloten ze samen te wachten.

Daan bleef voor één keer op kantoor. Om half vijf schoof hij zijn stoel naast Marloes en legde zijn telefoon op haar bureau.

“Als ik je straks een bericht stuur terwijl mijn handen hier liggen, neem ik ontslag.”

“Dat lijkt me een overdreven reactie.”

“Ik heb lang gezocht naar een reden.”

Om 16.45 kwam Selma erbij staan. Met z’n drieën keken ze naar de telefoons alsof er ieder moment een bom kon ontploffen.

16.46.

“Dit is belachelijk,” zei Marloes.

“Absoluut,” zei Selma. “Maar ik ga nu niet weg.”

16.47.

Marloes’ telefoon trilde.

Niemand zei iets.

Op haar scherm verscheen:

Fijn weekend! Niet te hard werken hè 😉

Daans telefoon lag onaangeraakt op tafel.

“Oké,” zei Selma. “Nu vind ik het niet grappig meer.”

Daan pakte zijn telefoon en controleerde de chat.

Niets.

Op Marloes’ scherm stond het bericht gewoon tussen hun eerdere gesprekken.

“Maak screenshots,” zei Daan.

“Heb ik.”

“Stuur ze naar ICT.”

“Ga ik doen.”

Toen verscheen er een tweede bericht.

Dat was nog nooit gebeurd.

Je hoeft het hem niet te laten zien.

Marloes voelde haar maag samentrekken.

Daan las mee.

“Wie is dit?”

Een derde bericht verscheen.

Hij weet waarom.

Marloes keek naar Daan.

Alle kleur was uit zijn gezicht verdwenen.

“Wat bedoelt diegene daarmee?”

Daan antwoordde niet.

“Daan?”

Hij stond op.

“Ik moet even naar buiten.”


Marloes volgde hem naar het parkeerterrein. “Je weet iets.”

“Nee.”

“Je gezicht zegt iets anders.”

Daan liep door naar zijn auto, maar stapte niet in. Hij leunde tegen het portier en keek naar de grond.

“Het kan toeval zijn.”

“Wat kan toeval zijn?”

Hij zuchtte. “16.47.”

“Wat is daarmee?”

“Dat tijdstip betekent iets.”

Marloes wachtte.

Daan keek haar uiteindelijk aan. “Mijn broer is vier jaar geleden overleden.”

Dat had ze niet geweten.

“Wat erg.”

“Hij kreeg een ongeluk met de auto. Vrijdagmiddag.”

Marloes wist al wat hij ging zeggen voordat hij het zei.

“Om 16.47?”

Daan knikte.

Een paar seconden zei niemand iets.

“Maar wat heeft dat met mij te maken?”

“Waarschijnlijk niets.”

“Waarschijnlijk?”

Daan keek naar het kantoor achter hen. “Omdat jij op hem lijkt.”

Marloes fronste. “Op je broer?”

“Niet qua uiterlijk.”

“Hoe dan wel?”

“Manier van praten. Dezelfde soort grappen. Soms bepaalde woorden.”

“En daarom stuurt iemand mij berichten vanaf jouw nummer?”

“Ik weet het niet.”

Marloes voelde dat hij nog steeds iets achterhield. “Wie weet van dat tijdstip?”

“Mijn familie. Een paar vrienden.”

“Collega’s?”

Daan aarzelde.

“Wie?”

“Mijn oude leidinggevende wist het.”

“Werkt die hier nog?”

“Ja.”

“Wie is het?”

Daan keek haar aan.

“Erik.”

Marloes voelde onmiddellijk weerstand. Erik was inmiddels operationeel directeur. Haar baas’ baas. Een man die haar altijd opvallend vriendelijk behandelde en die een maand eerder nog had voorgesteld haar versneld te laten doorgroeien.

“Waarom wist Erik hoe laat je broer is overleden?”

Daan keek weg.

“Omdat hij bij het ongeluk betrokken was.”


Erik had niet in de auto gezeten. Hij reed erachter.

Daan en zijn broer Joris werkten destijds allebei voor hetzelfde bedrijf. Erik was hun teamleider. Die vrijdagmiddag waren ze met drie auto’s onderweg terug van een klant.

“Joris reed vooraan,” vertelde Daan. “Erik achter hem. Ik reed achter Erik.”

Het regende hard. Op een provinciale weg verloor Joris de controle over zijn auto en botste tegen een boom.

“Was hij op slag dood?”

“Nee.”

Daan slikte. “Hij heeft nog een paar minuten geleefd.”

Marloes zei niets.

“16.47 was het tijdstip van zijn laatste bericht.”

“Niet van zijn overlijden?”

Daan schudde zijn hoofd.

“Wat stond erin?”

Hij pakte zijn telefoon, zocht even en liet haar een oude screenshot zien.

Fijn weekend! Niet te hard werken hè 😉

Marloes voelde haar huid koud worden.

Exact dezelfde woorden.

“Voor wie was dat?”

“Voor mij.”

“Waarom stuurde hij dat terwijl jullie achter elkaar reden?”

“We hadden net ruzie gehad.”

“Waarover?”

Daan stopte zijn telefoon weg.

“Over Erik.”


Volgens Daan had Joris kort voor zijn dood iets ontdekt op zijn werk. Facturen die niet klopten. Bedragen die via leveranciers werden opgehoogd en later ergens anders terechtkwamen.

“Hij dacht dat Erik ermee te maken had.”

“Fraude?”

“Dat dacht Joris.”

“En wat deed hij?”

“Hij wilde ermee naar de directie.”

“Is dat gebeurd?”

“Nee. Hij overleed die middag.”

Marloes keek hem aan. “Denk je dat zijn ongeluk geen ongeluk was?”

“Nee.”

Dat antwoord kwam snel.

“Nee?”

“De politie heeft het onderzocht. Zijn banden waren goed, zijn auto was goed en er was geen andere auto tegen hem aangereden. Hij reed waarschijnlijk te hard voor het weer.”

“Maar?”

“Erik wist dat Joris hem verdacht.”

“En daarna?”

“Na het ongeluk is er intern onderzoek gedaan. Ze vonden niets.”

“En Erik werd uiteindelijk directeur.”

“Ja.”

Marloes dacht aan de berichten.

“Waarom krijg ík dit dan?”

Daan antwoordde niet meteen.

Toen vroeg hij: “Wanneer ben jij hier begonnen?”

“Vorig jaar februari.”

“En wie heeft je aangenomen?”

“Erik.”

“Precies.”


Maandag dook Marloes in haar oude sollicitatiemail.

Ze wist niet precies wat ze zocht. Misschien niets.

Toen vond ze een mail van Erik van vóór haar tweede gesprek.

Interessant profiel. Vooral haar vorige werkgever. Nodig haar zeker uit.

Haar vorige werkgever was een klein accountantskantoor.

Marloes fronste.

Waarom zou dat interessant zijn geweest?

Ze zocht verder en vond in haar oude bestanden iets wat ze destijds nauwelijks had onthouden: een klantendossier waaraan ze kort had meegewerkt.

Een leverancier.

Dezelfde leverancier die nu zaken deed met haar huidige werkgever.

Ze stuurde de naam naar Daan.

Zijn reactie kwam binnen een minuut.

Bel me. Niet via Teams.

Toen ze hem belde, nam hij onmiddellijk op.

“Waar heb je die naam vandaan?”

“Mijn oude werk.”

“Marloes, dat was één van de bedrijven waar Joris naar keek.”

Ze voelde haar hart sneller kloppen.

“Dat kan toeval zijn.”

“Misschien.”

“Waarom zou Erik mij dan aannemen?”

“Misschien wilde hij weten wat jouw oude werkgever wist.”

“Maar ik wist helemaal niets.”

“Dat wist hij niet.”


Die vrijdag besloten Marloes en Daan niets te doen.

Geen ICT.

Geen vragen.

Alleen wachten.

Om 16.47 kwam het bericht.

Maar deze keer stond er niet:

Fijn weekend!

Er stond:

Kijk in je oude dossier. Factuur 1847.

Marloes staarde naar het nummer.

“Dat kan niet,” zei ze.

“Wat?”

“Ik heb die bestanden niet meer.”

Daan keek naar haar. “Weet je dat zeker?”

Marloes dacht aan de externe harde schijf die al jaren in een la thuis lag. Een back-up van haar oude laptop.

Die avond sloot ze hem aan.

Het duurde twintig minuten voordat ze het dossier vond.

Factuur 1847 bestond.

€38.400.

Advieswerkzaamheden.

Marloes opende de bijlage.

Op het eerste gezicht niets bijzonders.

Tot ze de datum zag.

De factuur was opgesteld drie dagen na de dood van Joris.

Voor werkzaamheden die volgens de omschrijving twee maanden vóór zijn dood waren uitgevoerd.

Onder aan de factuur stond een naam.

Goedgekeurd door: Erik de Vries.

Marloes stuurde niets naar Daan.

Ze maakte alleen een foto.

Toen trilde haar telefoon.

16.58 uur.

Geen vrijdagbericht dit keer.

Een onbekend nummer.

Nu begrijp je waarom je hier werkt.