Bij de sloop van haar oude basisschool vond ze een brief die ze op haar elfde aan zichzelf had geschreven. Alleen was de laatste bladzijde niet van haar.

ADVERTENTIE

Deel 3

Het bankje belandde uiteindelijk in Eva’s garage. Haar oorspronkelijke plan was het op te knappen, maar na drie weken stond het er nog precies hetzelfde bij: scheef, afgebladderd en met twee losse poten ernaast.

Noor stuurde een bericht.

Dat arme bankje is aan een tweede reddingsactie toe.

Ik heb een baan, antwoordde Eva.

Ik ook. Zwak excuus.

Een week later stond Noor met schuurpapier en blauwe verf voor de deur.

Ze maakten er een zaterdag van. Terwijl ze werkten, kwamen steeds meer herinneringen terug. Niet grote gebeurtenissen, maar onbelangrijke dingen die blijkbaar ergens in Eva’s hoofd waren blijven liggen: Noor at de korst van haar boterham altijd eerst, ze verzonnen namen voor auto’s die langs school reden en één winter hadden ze wekenlang ruzie gemaakt over wie een gele gum mocht houden.

“Ik heb gewonnen,” zei Noor.

“Volgens mij heb je hem gestolen.”

“Geschiedenis wordt geschreven door de winnaar.”

Eva schuurde verder. “Blijkbaar ook door de gumdief.”

Hun vriendschap kwam niet ineens terug alsof er geen achtentwintig jaar tussen hadden gezeten. Daarvoor waren hun levens te verschillend geworden. Noor had een partner en twee kinderen. Eva woonde alleen en had net een relatie van zes jaar achter zich gelaten. Ze deelden geen vrienden, geen werk en nauwelijks dezelfde interesses.

Maar ze begonnen elkaar weer berichten te sturen. Eerst over de basisschool, daarna over gewone dingen. Noor stuurde foto’s van mislukt avondeten. Eva stuurde filmpjes van Bink die bang was voor de stofzuiger. Soms spraken ze elkaar weken niet. Daarna praatten ze ineens weer twee uur.

Dat voelde eigenlijk beter dan proberen hun oude vriendschap exact terug te krijgen.

Ze hoefden geen elf meer te zijn.


Een paar maanden later belde Els.

“Ik heb iets gevonden.”

Eva glimlachte. “Als het nog een brief is, wil ik vooraf gewaarschuwd worden.”

“Een foto.”

Els stuurde hem via WhatsApp.

Groep acht, 1998.

Tweeëndertig kinderen op het schoolplein.

Eva stond vooraan met een veel te grote trui. Noor stond naast haar en trok een gek gezicht.

Achter hen stond het blauwe bankje.

Eva stuurde de foto meteen door.

Noors antwoord kwam snel.

Mijn haar 😭

Eva typte:

Dat is serieus jouw eerste reactie?

Heb jij dat gezien?

Ik ga hem inlijsten.

Dan ontken ik dat ik het ben.


Toch zat er iets waar Eva mee bleef rondlopen.

Haar moeder.

Ze had haar nooit gevraagd wat zij destijds wist.

Op een zondagmiddag bracht Eva de oude brief mee.

Haar moeder las hem stil.

“Herinner je je Noor?”

“Natuurlijk.”

“Waarom heb jij me nooit verteld wat er echt gebeurd was?”

Haar moeder keek verbaasd. “Dat mocht niet.”

“Van wie?”

“De school. Haar moeder. Iedereen.”

“Maar ik was kapot toen ze zomaar weg was.”

“Dat weet ik.”

“Je had toch iets kunnen zeggen?”

Haar moeder legde het papier neer. “Wat had ik moeten zeggen tegen een kind van elf? Dat haar vriendinnetje op een geheime plek zat omdat haar vader haar moeder sloeg?”

Eva zweeg.

“Wij wisten zelf nauwelijks iets. Alleen dat ze veilig waren en dat niemand mocht weten waar.”

“Ik dacht heel lang dat Noor boos op mij was.”

“Dat wist ik niet.”

“Ik denk dat ik het zelf ook vergeten was.”

Haar moeder pakte haar hand. “Dat doen kinderen soms.”

“Wat?”

“Dingen wegstoppen als ze te groot zijn om te begrijpen.”


Later vertelde Eva dat aan Noor.

Noor bleef even stil.

“Mijn moeder deed precies hetzelfde.”

“Wat?”

“Ze praatte er jaren niet over. Ze dacht dat dat beter was.”

“Was het dat?”

“Nee.”

“Ben je boos op haar?”

“Vroeger wel.”

“En nu?”

Noor dacht na. “Nu denk ik vooral dat onze ouders ook maar wat deden.”

Eva lachte. “Dat is een angstaanjagende ontdekking als volwassene.”

“Niemand blijkt een handleiding te hebben.”


Een halfjaar na de sloop van De Klimop stond op dezelfde plek een appartementencomplex in aanbouw.

Eva en Noor gingen kijken.

“Dit is de aula,” zei Eva terwijl ze naar een bouwput wees.

“Nooit.”

“Volgens mij wel.”

“De aula was veel groter.”

“Wij waren kleiner.”

Ze liepen naar de plek waar ongeveer de oude gymzaal had gestaan.

“Hier?”

“Ongeveer.”

Het blauwe bankje stond inmiddels in Eva’s achtertuin. Fris geschilderd, stevig gemaakt en nog altijd met E + N onder de zitting.

Noor had geweigerd die letters weg te schuren.

“Historisch vandalisme,” noemde ze het.


Die zomer organiseerde Eva een barbecue.

Els kwam.

Een paar oude klasgenoten ook.

En Noor bracht haar gezin mee.

Haar dochter van twaalf vond het blauwe bankje bijzonder interessant.

“Mama zegt dat jullie hier vroeger altijd zaten.”

“Dat klopt.”

“Wat deden jullie?”

Eva keek naar Noor.

“Voornamelijk dingen bespreken waar volwassenen niets van mochten weten.”

Noor lachte. “Dat is niet het beste verhaal om aan mijn dochter te vertellen.”

“Ze is twaalf.”

“Precies.”

Het meisje ging zitten en keek onder de zitting.

“Er staat iets.”

“Niet aankomen,” zei Noor onmiddellijk.

“Wat?”

“Erfgoed.”

Haar dochter rolde met haar ogen.

Eva glimlachte.

Sommige dingen veranderden blijkbaar ook nooit.


Toen iedereen die avond weg was, bleef Noor nog even.

Ze zaten samen op het bankje met twee glazen wijn.

“Grappig eigenlijk,” zei Eva.

“Wat?”

“Dat ik naar die afscheidsdag ging terwijl ik helemaal niet van plan was te gaan.”

“En?”

“Als ik niet gegaan was, had die envelop misschien weer ergens in een doos beland.”

“Waarschijnlijk.”

“Dan hadden we elkaar nooit gevonden.”

Noor keek naar haar glas. “Misschien wel.”

“Hoe?”

“Ik heb je vaker opgezocht.”

Eva keek haar aan. “Online?”

Noor knikte.

“Waarom heb je nooit iets gestuurd?”

“Geen idee.”

“Je wist dat ik bestond.”

“Ja.”

“En waar ik ongeveer woonde?”

“Ja.”

“Dan had je gewoon kunnen schrijven.”

Noor keek haar aan.

“Jij ook.”

Eva opende haar mond.

Sloot hem weer.

“Oké. Terecht.”

Noor glimlachte.

“Misschien hadden we allebei nog dat meisje van elf in ons hoofd dat dacht dat de ander eerst moest komen.”

Eva keek naar de blauwe verf onder haar hand.

“Dat zou heel kinderachtig zijn.”

“En volkomen menselijk.”


Voordat Noor vertrok, liep ze nog één keer terug.

“Ik heb trouwens iets voor je.”

Ze gaf Eva een kleine envelop.

“Niet weer.”

“Open.”

Er zat één vel papier in.

Bovenaan stond:

Voor Eva als we later écht oud zijn.

Eva begon te lachen.

“Hoe oud is echt oud?”

“Zeventig?”

“Els is 72 en zou je slaan als ze dat hoorde.”

“Tachtig dan.”

“Deal.”

Eva wilde de brief openen.

Noor trok hem uit haar handen.

“Hé!”

“Pas als we oud zijn.”

“Je vertrouwt me blijkbaar niet.”

“Absoluut niet.”

Ze stopte hem terug in de envelop en gaf hem opnieuw aan Eva.

“Bewaar hem goed.”

Eva keek naar het papier.

“Wat staat erin?”

“Dat zie je later.”

“Een hint.”

“Nope.”

“Is het belangrijk?”

Noor dacht even na.

“Vooral heel gênant.”

“Nu wil ik hem juist lezen.”

“Dan had ik dat niet moeten zeggen.”


Eva stopte de envelop uiteindelijk in een houten doos in haar kast.

Niet in de grond.

Niet achter een gedenksteen.

Gewoon waar ze hem kon terugvinden.

Op de voorkant schreef ze met zwarte pen:

OPENEN OP MIJN 80E. ECHT NIET EERDER.

Daaronder voegde ze na enig nadenken iets toe.

Noor controleren laten doen.

Toen stuurde ze een foto naar haar.

Het antwoord kwam meteen.

Ik zet het in mijn agenda.

Eva typte:

Over 42 jaar?

Ja.

Optimistisch.

We hebben al 28 jaar vertraging ingehaald. Die 42 kunnen er ook nog wel bij.

Eva legde haar telefoon weg en keek door het raam naar het blauwe bankje.

Op haar elfde had ze gedacht dat vriendschap betekende dat je altijd bij elkaar bleef.

Op haar 38e wist ze beter.

Soms verdwenen mensen.

Soms raakte je elkaar kwijt door dingen waar je als kind geen woorden voor had.

En soms lag er bijna dertig jaar lang een brief onder de grond te wachten om je eraan te herinneren dat kwijtgeraakt niet altijd hetzelfde betekende als voorgoed verdwenen.

Dit verhaal is afgelopen.

Lees het volgende verhaal

Iedere zondag moest het hele gezin om precies vijf uur bij oma aan tafel zitten. Pas na haar dood ontdekten de kleinkinderen waarom er altijd één stoel leeg moest blijven. →

ADVERTENTIE
ADVERTENTIE